Dit artikel komt uit het Agrarisch Dagblad. Tekst: Jeroen Mulder Foto: Hans Sas

Jan Kuizenga uit het Groningse Baflo heeft ruim veertig jaar een loonwerkbedrijf gehad. Eerst samen met zijn vader, later alleen. Dit jaar zette hij een punt achter het werk, op een leeftijd van 68 jaar. Het afscheid was echter niet definitief. Kuizenga is nog steeds actief met zijn grote trots: een authentieke locomobiel uit 1939.

BAFLO - De kinderen kijken met ontzag naar het puffende gevaarte op het veld. De jongste generatie is mateloos geboeid door het enorme vliegwiel dat de dorsmachine aandrijft. Minuten lang staren ze naar het glimmende metaal en luisteren ze naar het fluiten in de pijp. De ouderen lachen en vertellen over vroeger. Zij kennen de machine, hebben er soms mee gewerkt. Heel even herleven die tijden op de traditionele oogstdag in het Drentse dorpje Lhee. De locomobiel, een negen ton zware Ruston uit 1939, hoeft die dag geen enkele moeite te doen. De twaalf paardenkrachten kunnen het werk met gemak aan. "Dit is een lachtertje voor die machine. Als hij het zwaar heeft, hoor je hem echt blaffen in de pijp. Dat is het mooiste". aldus Jan Kuizenga die over zijn trots vertelt alsof de machine leeft. De locomobiel is een hobby van de 68-jarige Groninger die dit jaar afscheid nam van zijn loonwerkbedrijf. Ruim veertig jaar heeft hij erop zitten. Kuizenga: "Ik ben vlak na de oorlog begonnen, samen met mijn vader. Toen hij in 1968 overleed, ben ik alleen verder gegaan." Kuizenga kreeg het vak met de paplepel ingegoten. Zijn vader, geboren in 1895, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog machinist op een dorsmachine. "Toen werd er nog gedorst met een locomobiel. Die is tot na de Tweede Wereldoorlog nog gebruikt, hoewel er vlak voor de oorlog ook al met tractoren werd gewerkt". herinnert de Groninger zich. De oorlog zorgde er echter voor dat de locomobiel niet werd afgedankt. Omdat de dieselolie grotendeels verdween in militaire voertuigen, werden de tractoren voorzien van gasgeneratoren. "Eén liep op gas uit turf, een ander op antraciegas. Een lapmiddel wat niet werkte. Na elke dag moest je dingen weer schoonmaken. Bovendien leverden die generatoren veel minder kracht. Je kon toen veel beter met de locomobiel dorsen. Ik was elf nog een kwajongen, maar ik hoorde mijn vader er wel over praten". vertelt Kuizenga.

Veen

De locomobiel werd uiteindelijk in 1948 verkocht. Vanaf die tijd deed de machine alleen nog dienst in het veen rond Bargercompascuum en Valthermond. "Mijn vader was één van de laatsten die nog een locomobiel had". weet Kuizenga. "Destijds werd die machine echter weggedaan alsof het oud roest was. Ontzettend jammer, maar de combines kwamen en dat was wel wat anders." Jan Kuizenga kocht in 1983 de Ruston, waarmee hij nu door het hele land reist. De relatief jonge machine werd vanuit Zwartsluis naar Baflo gehaald, waar de loonwerker hem eigenhandig opknapte. De papieren die bij de mobiel hoorden, waren nog in het bezit van Stoomwezen in de stad Groningen. Dat was een geluk voor Kuizenga. "Alle materialen zijn genummerd. Als de papieren er niet waren geweest, dan had het Stoomwezen hem helemaal uit elkaar moeten halen. Nu was alles bekend." In het 'stoomboek' staan naast de technische gegevens ook alle werkzaamheden die aan de mobiel zijn verricht, nauwkeurig genoteerd. Kuizenga verving ondermeer een aantal vlampijpen die nodig zijn om het water te verhitten. Daarnaast ontbraken er enkele koperen kranen die nieuw op het mobiel werden gemonteerd. In het stoomboek is alles terug te vinden. Dat boek is van groot belang, stel Kuizenga. "Het Stoomwezen is heel streng. Het boek moet je altijd bij je hebben als je met de mobiel op pad bent. Ze kunnen je tijdens een controle om het boek vragen. Op hemelvaartsdag waren wij in Almere mt de locomobiel. Toen kwamen ze controleren. Dat was voor mij de eerste keer. Een collega kreeg twee rode kaarten uitgedeeld. Die moest onmiddellijk stoppen. Waarschijnlijk omdat hij het boek niet bij zich had of omdat de machine niet in orde was."

Dorsmachine

In de loods van Kuizenga staan naast de locomobiel ook nog andere oudgedienden uit de landbouw: een korenmaaier, een dorsmachine uit 1957 en een stro-pers die ergens rond de Tweede Wereldoorlog werd vervaardigd. Kuizenga: "Die machines hebben misschien wel meer dan twintig jaar bij een boer in de schuur gestaan zonder dat ze nog werden gebruikt. Ze zijn nu eigendom van een regionale stichting , maar ik heb ze opgeknapt." Op 4 september beleeft Baflo de primeur: op die dag zal de dorsmachine weer draaien. Kuizenga zal genieten, dat weet hij zeker. De machines zijn voor hem toch iets meer dan een hobby. "Een opvolger had ik niet. Daarom heb ik alles verkocht. Ik was echter bang dat ik daarna helemaal niets meer zou hebben en dat ik in een gat zou vallen. De loods heb ik om die reden aangehouden als hobbyruimte. Daar ben ik nog elke dag te vinden. Mijn vrouw zegt wel eens: er is niets veranderd, sinds je het bedrijf hebt verkocht." Zijn vrouw glimlacht en knikt: "Het is tenslotte waar."