Dit artikel komt uit de Ommelander Courant van donderdag 20 oktober 1994.
Door Jan Gerrit Vos.

Jan Kruizenga maar wat blij met locomobiel

Baflo - Wie op zoek is naar Jan Kuizenga doet er verstandig aan om zijn woning in de Rudolf Agricolastraat links te laten liggen. Want Jan Kuus -zoals hij in Baflo door het leven gaat- is er toch niet. Het verdient aanbeveling om linea recta naar zijn loods aan de Hoogeweg te gaan. In de loods, waarin hij zich als in het paradijs waant, brengt de geboren en getogen Bafloër de dagen hoofdzakelijk door. Bij zijn grote liefde: een authentieke stoomlocomobiel, een negen ton zware Ruston uit 1939. "Het is mijn lust en mijn leven", zegt Kuizenga, terwijl druk bezig het groen zwarte gevaarte in de was te zetten. "Ik ben er veel zuiniger op dan op mijn auto. Elke keer als we op pad gaan poets ik 'm. Een man trekt toch ook z'n beste pak aan als hij op stap gaat?"

"Ze kunnen me altijd hier vinden", zegt Kuizenga, "want ik kan slecht thuis zitten. Dat is ook een van de redenen geweest dat ik mijn loonbedrijf zo lang heb aangehouden. Stoppen is geen kunst, maar wat dan? De loods heb ik aangehouden als hobbyruimte en de machines zijn de deur uit gegaan. Mijn vrouw zegt wel eens: je moet zien dat je ook een bed in de loods krijgt, dan kun je er 's nachts ook blijven", lacht de hobbyist met glimmende pretoogjes. De 69-jarige Bafloër stopte twee jaar geleden met zijn loonbedrijf, waarmee zijn in 1968 overleden vader voor de oorlog was begonnen.

Vlampijpen

De locomobiel kocht Kuizenga in 1983. "De Ruston was het eigendom van een man uit Zwartsluis. Hij wilde de locomobiel restaureren maar was er snel zat van. Samen met Jan Afman, mijn vaste vervoerder, heb ik de locomobiel naar Baflo gebracht. Tussen het werk door is de machine weer bedrijfsklaar gemaakt. Een bedrijf uit Leeuwarden heeft nieuwe vlampijpen voor de locomobiel gemaakt. Ook moesten enkele koperen kranen worden vervangen." Jan Kuizenga weet vrijwel alles van de machine, omdat de papieren die bij de machine horen nog in het bezit zijn van het Stoomwezen in Groningen. "De locomobiel is gemaakt door Ruston in Engeland en is aangekocht door een wegenbouwbedrijf in Utrecht. De machine heeft ook in Groningen gedraaid. De asfalteermachine werkt door de twaalf pk's aangedreven. Het heeft een hoop tijd gescheeld dat de gegevens bij het Stoomwezen bekent zijn, want die instantie is niet gemakkelijk. De machine had anders helemaal uit elkaar gemoeten. Elk onderdeel zou minutieus op haarscheurtjes zijn gecontroleerd. Nu controleert het Stoomwezen de machine tweejaarlijks. Een duur grapje, maar het is verplicht voor elke machine met een grotere druk van tieneneenhalf atmosfeer", zegt Kuizenga niet zonder trots. Kuizenga's vader had twee van dergelijke machines. "De een heeft hij voor de oorlog al gesloopt omdat de krukas was gebroken. De andere machine hield mijn vader eerst aan. Dat was een heel bijzondere, want die heeft mijn vader laten ombouwen tot een zelfrijdende locomobiel en werd veel gebruikt bij de veenwinning. De turfmachine werd er door aangedreven. In 1949 heeft mijn vader hem toch weggedaan. Hij stond in de weg. Achteraf zonde natuurlijk, maar ja, zo gaat het met zoveel dingen." Jan Kuizenga heeft zelf slechts enkele keren het genoegen beleefd om met de locomobiel te werken. "In de jaren dertig was de locomobiel al uit de mode. De tractor kwam er voor in de plaats en nog later de combine. In de oorlogsjaren werd de locomobiel noodgedwongen weer gebruikt in de landbouw en toen heb ik er ook enkele malen de dorsmachine mee mogen aandrijven."

Op pad

Sinds het voorjaar van 1984 gaat Jan Kuizenga geregeld op stap met zijn grote trots. Zijn schoonzoon Fred Werkman uit Warffum vergezelt hem steevast. "Hij is ook een groot liefhebber. Mijn twee zoons zeggen 'pa, het is mooi ding', maar verder niet."

Met de locomobiel heeft Kuizenga al op tal van plaatsen in Nederland gestaan en zelfs buiten de landsgrenzen, in Duitsland, België en Engeland. " Dit jaar zijn we een keer of tien met de locomobiel op stap geweest. We zijn onder meer op oogstfeesten geweest in Lhee en Nieuwehorne, waar we al jaren heengaan. Vier keer hebben we de dorsmachine meegenomen, die eigendom is van een stichting en ook bij mij in de loods staat. Die machine een Borga uit 1957, heeft twintig jaar lang stil gestaan in een schuur in Eenrum en heb ik ook opgeknapt. De dorsmachine komt goed van pas bij demonstraties. Ook werken we vaak samen met jongens uit Hengevelde die een zaagmachine hebben. De locomobiel drijft dan die machine aan. Dat is ook een prachtig gezicht."
Voor de demonstraties bestaat altijd een goede belangstelling. "Zowel jongeren als ouderen vindt het machtig om de locomobiel aan het werk te zien. Vooral de ouderen die er vroeger zelf mee gewerkt hebben. Ze zijn soms niet bij de machine weg te slaan."
Jan Kuizenga en Fred Werkman verzorgen de demonstraties uiteraard niet gratis. Kuizenga: de transportkosten zijn hoog en dat moet de organisatie betalen. ook moet zij zorgen voor hout of steenkool, want de 1200 liter water in de ketel moet verhit worden om het vliegwiel te laten draaien. Steenkool is het mooist, want dat geeft de meeste rook. Ten slotte vraag ik nog een bijdrage, want voor niks gaat de zon op. De controle van het Stoomwezen kost handenvol geld. Om het jaar moet de pakkingen vervangen worden. Dat kost al gauw achthonderd gulden. Al met al houd ik er niks aan over, maar dat hoeft ook niet. Het is immers mijn hobby."

Ook in de wintermaanden is de oud-loonwerker dagelijks te vinden in de loods. Eind vorig jaar is hij begonnen met de bouw van een miniatuur locomobiel (schaal 1 op 5). De onderdelen scharrelde hij her en der op. Kuizenga laat zien dat het mechanische gedeelte reeds werkt. Het vliegwiel draait als lier zodra Kuizenga de machine aansluit op een compressor. "Het is een vijfjarenplan, zeg ik altijd. Ik wil er een zelfrijzende locomobiel van maken, net zo een als mijn vader had." Ook deze machine moet worden goedgekeurd worden door het Stoomwezen, want de druk is meer dan drie atmosfeer.

De loods aan de Hoogeweg biedt niet alleen onderdak aan de locomobiel en dorsmachine. Er huizen ook twee oude korenmaaiers en een trekker, een Steyr die Kuizenga's vader zich in 1963 nieuw aanschafte. Achter een kleed gaan vijf koetsen verborgen. De eigenaar Stichting Welgelegen in Leens, had geen ruimte meer voor deze vervoermiddelen en bracht ze over naar Baflo. "Soms komen voorbijgangers even een kijke nemen. Het is hier ook net een museum", lacht de Bafloër.

Dit artikel komt uit het Agrarisch Dagblad. Tekst: Jeroen Mulder Foto: Hans Sas

Jan Kuizenga uit het Groningse Baflo heeft ruim veertig jaar een loonwerkbedrijf gehad. Eerst samen met zijn vader, later alleen. Dit jaar zette hij een punt achter het werk, op een leeftijd van 68 jaar. Het afscheid was echter niet definitief. Kuizenga is nog steeds actief met zijn grote trots: een authentieke locomobiel uit 1939.

BAFLO - De kinderen kijken met ontzag naar het puffende gevaarte op het veld. De jongste generatie is mateloos geboeid door het enorme vliegwiel dat de dorsmachine aandrijft. Minuten lang staren ze naar het glimmende metaal en luisteren ze naar het fluiten in de pijp. De ouderen lachen en vertellen over vroeger. Zij kennen de machine, hebben er soms mee gewerkt. Heel even herleven die tijden op de traditionele oogstdag in het Drentse dorpje Lhee. De locomobiel, een negen ton zware Ruston uit 1939, hoeft die dag geen enkele moeite te doen. De twaalf paardenkrachten kunnen het werk met gemak aan. "Dit is een lachtertje voor die machine. Als hij het zwaar heeft, hoor je hem echt blaffen in de pijp. Dat is het mooiste". aldus Jan Kuizenga die over zijn trots vertelt alsof de machine leeft. De locomobiel is een hobby van de 68-jarige Groninger die dit jaar afscheid nam van zijn loonwerkbedrijf. Ruim veertig jaar heeft hij erop zitten. Kuizenga: "Ik ben vlak na de oorlog begonnen, samen met mijn vader. Toen hij in 1968 overleed, ben ik alleen verder gegaan." Kuizenga kreeg het vak met de paplepel ingegoten. Zijn vader, geboren in 1895, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog machinist op een dorsmachine. "Toen werd er nog gedorst met een locomobiel. Die is tot na de Tweede Wereldoorlog nog gebruikt, hoewel er vlak voor de oorlog ook al met tractoren werd gewerkt". herinnert de Groninger zich. De oorlog zorgde er echter voor dat de locomobiel niet werd afgedankt. Omdat de dieselolie grotendeels verdween in militaire voertuigen, werden de tractoren voorzien van gasgeneratoren. "Eén liep op gas uit turf, een ander op antraciegas. Een lapmiddel wat niet werkte. Na elke dag moest je dingen weer schoonmaken. Bovendien leverden die generatoren veel minder kracht. Je kon toen veel beter met de locomobiel dorsen. Ik was elf nog een kwajongen, maar ik hoorde mijn vader er wel over praten". vertelt Kuizenga.

Veen

De locomobiel werd uiteindelijk in 1948 verkocht. Vanaf die tijd deed de machine alleen nog dienst in het veen rond Bargercompascuum en Valthermond. "Mijn vader was één van de laatsten die nog een locomobiel had". weet Kuizenga. "Destijds werd die machine echter weggedaan alsof het oud roest was. Ontzettend jammer, maar de combines kwamen en dat was wel wat anders." Jan Kuizenga kocht in 1983 de Ruston, waarmee hij nu door het hele land reist. De relatief jonge machine werd vanuit Zwartsluis naar Baflo gehaald, waar de loonwerker hem eigenhandig opknapte. De papieren die bij de mobiel hoorden, waren nog in het bezit van Stoomwezen in de stad Groningen. Dat was een geluk voor Kuizenga. "Alle materialen zijn genummerd. Als de papieren er niet waren geweest, dan had het Stoomwezen hem helemaal uit elkaar moeten halen. Nu was alles bekend." In het 'stoomboek' staan naast de technische gegevens ook alle werkzaamheden die aan de mobiel zijn verricht, nauwkeurig genoteerd. Kuizenga verving ondermeer een aantal vlampijpen die nodig zijn om het water te verhitten. Daarnaast ontbraken er enkele koperen kranen die nieuw op het mobiel werden gemonteerd. In het stoomboek is alles terug te vinden. Dat boek is van groot belang, stel Kuizenga. "Het Stoomwezen is heel streng. Het boek moet je altijd bij je hebben als je met de mobiel op pad bent. Ze kunnen je tijdens een controle om het boek vragen. Op hemelvaartsdag waren wij in Almere mt de locomobiel. Toen kwamen ze controleren. Dat was voor mij de eerste keer. Een collega kreeg twee rode kaarten uitgedeeld. Die moest onmiddellijk stoppen. Waarschijnlijk omdat hij het boek niet bij zich had of omdat de machine niet in orde was."

Dorsmachine

In de loods van Kuizenga staan naast de locomobiel ook nog andere oudgedienden uit de landbouw: een korenmaaier, een dorsmachine uit 1957 en een stro-pers die ergens rond de Tweede Wereldoorlog werd vervaardigd. Kuizenga: "Die machines hebben misschien wel meer dan twintig jaar bij een boer in de schuur gestaan zonder dat ze nog werden gebruikt. Ze zijn nu eigendom van een regionale stichting , maar ik heb ze opgeknapt." Op 4 september beleeft Baflo de primeur: op die dag zal de dorsmachine weer draaien. Kuizenga zal genieten, dat weet hij zeker. De machines zijn voor hem toch iets meer dan een hobby. "Een opvolger had ik niet. Daarom heb ik alles verkocht. Ik was echter bang dat ik daarna helemaal niets meer zou hebben en dat ik in een gat zou vallen. De loods heb ik om die reden aangehouden als hobbyruimte. Daar ben ik nog elke dag te vinden. Mijn vrouw zegt wel eens: er is niets veranderd, sinds je het bedrijf hebt verkocht." Zijn vrouw glimlacht en knikt: "Het is tenslotte waar."